De vlier (Sambucus nigra) is misschien wel de meest gulle struik die ik ken. In het voorjaar overlaadt hij je met geurige, roomwitte schermen voor de limonade, en in het najaar hangen de takken vol met dieppaarse bessen voor de jam. Niet alleen wij zijn er dol op; ook zweefvliegen en kevers zijn dol op de schermbloemen en de vogels weten de bessen altijd te vinden.
Het allermooiste? Je hoeft de vlier niet te kopen. Hij laat zich namelijk ontzettend makkelijk stekken. Met een paar takken die je in de nu knipt, heb je in straks een nieuwe struik in de tuin.

Vlier stekken kan in alle seizoenen
- Winter: Wanneer de natuur in rust is, ergens tussen november en februari, kun je winterstekken gebruiken. Dat zijn takken die in het afgelopen jaar zijn gegroeid en inmiddels een beetje stevig (verhout) zijn. Ook wel halfhoutige stek genoemd.
- Herfst en lente: Aan de voet van de struik ontstaan uitlopers. Die scheuten met wortels kun je met een scherpe spade van de struiken steken. De term hiervoor is worteluitloper. Maar als je net als ik geen eigen struik hebt, is het ook zo wat om met je spade het park in te gaan.
- Zomer: De toppen kun knippen en stekken. Dek je stek af met een plastic zakje of zet hem in een kweekkasje om verdamping van het blad te voorkomen. Deze stek heet kruidachtige stek.
Ik leg nu uit hoe je de vlier stekt door winterstekken.
Stap voor stap vlier stekken
Pak je snoeischaar en stap op je fiets naar een plek waarvan je weet dat er een struik staat. Op dit moment (maart) zijn de meeste struiken kaal en is de vlier iets moeilijker te herkennen.
Zo pak je het stekken aan:
1. Snoeischaar en een mooie struik
Gebruik een scherpe snoeischaar en zoek een vlier die er gezond uitziet. Een struik die afgelopen jaar rijk heeft gebloeid en vol bessen zat, is de perfecte kandidaat om te vermeerderen.
2. De stekken knippen
- Zoek eenjarige, rechte takken uit.
- Knip de tak in stukken van ongeveer 3-4 knopen* lang.
- De onderkant: Knip deze recht af, vlak onder de onderste knoop.
3. Planten maar
Je kunt de takken in potjes zetten maar dat hoeft niet; de vlier mag ook direct de volle grond in. Zoek een plekje met goede, iets vochtige grond.
- Steek de stekken zo diep dat er 1-2 knopen onder de grond zitten en 1-2 knopen erboven.
- Druk de aarde rondom de stek voorzichtig aan met je handen.
4. Geduld en een beetje water
De natuur doet nu het meeste werk. Zorg er alleen voor dat de grond niet helemaal uitdroogt tijdens een droge periode. Voor je het weet, zie je in het voorjaar de eerste groene puntjes uit de knoppen verschijnen.
* Je hoort tuiniers vaak praten over ‘knopen’. Dat zijn die verdikte plekjes op de tak waar de bladeren en zijtakjes uitgroeien. Juist op die punten zit de groeikracht die we nodig hebben om wortels te maken.
Hoe herken je een vlier in de winter?
In de winter ziet de vlier er kaal en slank uit; pas later in het jaar gaan de takken door het gewicht van het blad en de bloesem meer hangen. Maar hoe weet je nu zeker dat je de juiste struik voor je hebt om te stekken?
Vanaf half maart begint de vlier uit te lopen. Een belangrijk kenmerk is dat de knoppen en bladeren tegenoverstaand groeien: ze staan altijd in paartjes recht tegenover elkaar op de tak. De afstand tussen deze knopen is vaak zo’n 10 tot 15 cm.
Kijk ook goed naar de tak zelf. De bast van de tak heeft vaak kleine, lichtbruine ‘wratjes’ (lenticellen). Twijfel je nog steeds? Knip dan een klein stukje van een takje af. Zie je een zachte, sneeuwwitte kern die wel wat van piepschuim wegheeft? Dan weet je zeker dat je met een vlier te maken hebt! Eenmaal uitgelopen herken je het blad aan de 5 of 7 deelblaadjes met een licht gezaagde rand.

Zit de vlier eenmaal in de grond? Dan is het wachten op de eerste bloesem. Wil je weten wat je straks met die oogst kunt doen? Laat het me weten, dan duik ik de keuken in voor mijn favoriete recepten!

Geef een reactie