Aardappels: van eigen bodem smaakt het best

Home » Groente » Aardappels: van eigen bodem smaakt het best

Al bij de eerste hap proeven we het: de eigen aardappels zijn op en er staan weer exemplaren uit de winkel op tafel. Waarom aardappels uit eigen tuin zoveel lekkerder zijn? Dat blijft een beetje een mysterie, maar het verschil is overduidelijk. Een verse aardappel, direct uit de grond, een uurtje in de oven met wat zeezout en een flinke klodder mayonaise… Meer hoef ik niet te zeggen!

Aardappels planten: Een goed begin

Het succes van je oogst begint in het vroege voorjaar.

  • Maart: Maak de grond goed los. Laat je pootaardappels ondertussen binnen op een lichte plek ‘voorkiemen’ (uitlopen).
  • April: Zodra de kans op nachtvorst geweken is, kunnen ze de tuin in. Maak een geul van circa 10 à 15 cm diep. Leg de pootaardappels erin met een afstand van 25 cm tussen de knollen en dek ze af met aarde.
  • Aanaarden: Zodra de plantjes boven de grond komen, schuif je regelmatig wat aarde tegen de stengels aan. Dit heet ‘aanaarden’.

Waarom aanaarden?

Aardappels groeien zowel in de diepte als in de breedte. Door aarde tegen de plant te schuiven, creëer je meer ruimte voor de knollen, vergroot je de opbrengst en voorkom je dat aardappels blootgesteld worden aan licht (waardoor ze groen en giftig worden).

Tip: Heb je geen moestuin? Aardappels groeien ook prima op het terras! Eén pootaardappel in een grote emmer levert al snel 10 à 12 verse aardappels op. Hoe je dat doet, lees je hier.

Voorkom de aardappelziekte (Phytophthora)

De grootste vijand van de aardappel is Phytophthora, oftewel de aardappelziekte. Vooral in natte zomers kan deze schimmel ervoor zorgen dat je oogst al in de grond wegrot. Zo houd je de ziekte buiten de deur:

Hygiëne: Gooi aangetaste plantenresten nooit op de composthoop. Hiermee verspreid je de sporen het jaar erop weer door je hele tuin.

Wisselteelt: Poot je aardappels nooit elk jaar op dezelfde plek.

Resistente rassen: Kies voor rassen die van nature sterk zijn tegen de ziekte.

Vroege rassen: Kies een ras zoals de Frieslander. Omdat je deze vroeg oogst, ben je de ziekte vaak net voor.

Bijzondere rassen om te proberen

  • Belle de Fontenay, een oud Frans ras. Middenvroeg, geel en langwerpige van vorm. Vastkokend en lekker in een salade.
  • Frieslander, een vroeg ras. Geel van kleur en vastkokend. Wel gevoelig voor phythophtora maar omdat je ze vroeg kunt oogsten, heb je er meestal geen last van.
  • Miss Blush, een middenvroeg tot laag ras. De schil heeft twee kleuren. Vastkokend en perfect voor een salade.
  • Ratte d’Ardeche, een laat ras. Vastkokend en langwerpig van vorm met een nootachtige smaak. Lekker voor een salade.
  • Vitelotte Noir, een middenvroeg ras met een donkere schil en paars vruchtvlees.

Wist je dat?

  • Natuurlijke onkruidverdelger: Op de plek waar aardappels groeien, krijgt onkruid bijna geen kans. Ideaal om een stukje grond ‘schoon’ te krijgen!
  • Zero-waste snack: Gooi de schillen niet weg! Kook de aardappels in de schil, halveer ze en schep ze leeg (gebruik de vulling voor puree). Besprenkel de overgebleven schillen met olie en kruiden, en grill ze in de oven tot ze goudbruin en knapperig zijn.
  • Half-schaduw: Aardappels hebben niet de hele dag zon nodig. Kijk op Groente in de schaduw hoeveel uren zon per dag nodig is.

Recepten met aardappel


Teelt in het kort


Planten en oogsten

JANFEBMRTAPRMEIJUNJULAUGSEPOKTNOVDEC
P◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎
O◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎◼︎

OPKOMST

2-4 weken

OPBRENGST

1-2 kg per plant

WATER GEVEN

Geen water geven

ZIEKTEN EN PLAGEN

Aardappelziekte (phytophthora), meeldauw en coloradokever

BEWAREN

1 maand op een koele en donkere plek